EERSTE WEEK VAN ADVENT
WE GAAN OP WEG
Steek het eerste Adventslichtje aan.
Zeg daarbij:
‘We zijn op weg naar Kerstmis.
Vandaag begint het verhaal.’
Vandaag begint het.
Het verhaal – deel 1
Lang geleden woonden Maria en Jozef in Nazaret.
Maria verwachtte een kindje.
Het zou niet zo heel lang meer duren voordat het geboren werd.
Misschien hadden Maria en Jozef thuis al bedacht waar het kindje zou slapen.
Misschien lagen er al kleine doeken klaar.
Misschien praatten ze er ’s avonds over.
Hoe zou het kindje zijn?
Hoe zou het eruitzien?
Hoe zou het opgroeien?
En toen kwam er nieuws.
De keizer had besloten dat mensen naar de stad van hun familie moesten gaan om zich te laten inschrijven.
Voor Jozef betekende dat:
naar Bethlehem.
Bethlehem lag niet om de hoek.
Ze moesten op reis.
En Maria moest mee.
Dat kwam helemaal niet goed uit.
Een lange reis, terwijl je bijna een kindje krijgt?
Maar thuisblijven kon niet.
Dus moesten er spullen worden gepakt.
Wat neem je mee als je dagen onderweg bent?
Brood.
Water.
Warme doeken voor de nacht.
En natuurlijk de spullen die Maria nodig zou hebben als de baby onverwacht al kwam.
Jozef keek misschien nog één keer rond.
Hebben we alles?
Maria dacht misschien hetzelfde.
Want dat heb je vaak als je weggaat:
Zijn we niet iets vergeten?
Toen was het zover.
De deur ging dicht.
Nazaret bleef achter hen.
Voor hen lag de weg.
Een lange weg.
En ergens, ver weg, lag Bethlehem.
De reis naar Kerstmis was begonnen.
Laat Maria en Jozef vertrekken
Op het eerste knipblad staan Maria en Jozef onderweg.
Knip de figuren voorzichtig uit net binnen de stippellijnen.
Laat de brede stroken onderaan eraan zitten.
Vouw de brede strook naar voren, zodat de figuur kan staan.
Voor extra stevigheid kun je de figuur eerst op dun karton plakken.
Knip het karton bij en vouw de strook onderop naar achteren.
Maak op dezelfde manier het landschap dat bovenaan op het tweede knipblad staat.
Zet Maria en Jozef aan het begin van het landschap.
Nog niet bij Bethlehem.
Dat is nog heel ver weg.
Vandaag staan ze helemaal aan het begin van hun reis.
De komende weken reizen ze met het verhaal mee.
En wij een beetje met hen.
Wat zou jij hun meegeven?
Stel je voor dat je Maria en Jozef nog even ziet voordat ze vertrekken.
Ze hebben een lange reis voor de boeg.
Ze zullen onderweg moeten eten en drinken.
Het kan ’s nachts koud worden.
En Maria draagt een kindje dat bijna geboren wordt.
Wat zou jij hun mee willen geven voor onderweg?
Bedenk drie kleine dingen.
Misschien iets nuttigs.
Iets warms.
Iets lekkers.
Iets voor de baby.
Of iets waar Maria of Jozef gewoon blij van zou worden.
Je mag zelfs iets bedenken wat in hun tijd nog helemaal niet bestond.
Wat zouden ze volgens jou goed kunnen gebruiken?
Maak een reisbundeltje voor Maria en Jozef
Neem twee vellen papier.
Teken op één vel de drie dingen die jij Maria en Jozef mee wilt geven.
Kleur ze in en knip ze uit.
Maak van het andere vel een kleine envelop of een bundeltje.
Versier het zoals je wilt.
Doe jouw drie cadeautjes voor onderweg erin en vouw het dicht.
Leg het reisbundeltje bij Maria en Jozef.
Ze zijn vertrokken.
De weg naar Bethlehem is begonnen.
Gebed
Lieve Christus,
wij gaan op weg naar Kerstmis.
Ga met ons mee
door deze weken van verwachten.
Laat ons genieten van alles
wat nog moet komen.
Amen.
We sluiten af
Kijk naar het eerste Adventslichtje.
Kijk naar Maria en Jozef aan het begin van de weg.
De reis is begonnen.
Bethlehem is nog ver.
Kerstmis komt langzaam dichterbij.